Toekomstdromen (ja/nee)

Ik borrelde vorige week met een vriend van vroeger. We hadden elkaar vijftien jaar niet gezien, zonder specifieke reden. Het was een goed weerzien, waarin hij onder meer vertelde dat hij z'n hele leven al gitaar wilde leren spelen en dat onlangs eindelijk in daden had omgezet. Hij was er zó enthousiast over, dat ik de indruk kreeg dat hij zijn nieuwe roeping had gevonden.

We namen afscheid, beloofden plechtig dat we elkaar niet pas in 2035 opnieuw zouden zien, waarna ik van het terras terug naar huis wandelde. En me ging afvragen hoe het eigenlijk met mijn eigen toekomstdromen is gesteld. Of beter gezegd, wat mijn toekomstdromen eigenlijk zíjn?

Ik moet eerlijk bekennen dat het bij die vraag nogal mistig bleef in mijn hoofd en dat is ondertussen -een paar dagen later- niet veel veranderd. Ik heb dus geen duidelijke toekomstdromen, zo is mijn voorlopige conclusie. En ook kom ik tot de realisatie, dat het thema toekomstdromen as such slechts hoogstzelden onderwerp van gesprek is met mijn vrienden of met mijn partner. Mogelijk heeft het één iets met het ander te maken, maar een beetje vreemd vind ik het wel. Hoezo, geen toekomstdromen?


Zeker, ik zou graag ooit nog eens een rit maken met de Trans Siberië Express of een tijd op mijn gemak door Australië en Nieuw-Zeeland trekken. Ook zou ik graag nog eens leren zeilen of de Kilimanjaro beklimmen voordat de sneeuw daarop als gevolg van klimaatverandering voorgoed is verdwenen. En ook zou ik graag nog eens eigenaar/bewoner willen zijn van een historisch herenhuis met hoge plafonds, open haard, visgraat parket, ornamenten en een grote tuin met kas. Maar deze plannen beschouw ik eerder als items voor mijn bucket list. Voor de realisatie daarvan hoef ik feitelijk niet meer te doen, dan te zorgen voor voldoende financiële armslag en vrije tijd. Toekomstdromen zijn voor mij van een ander kaliber.


Nu moet je weten dat ik mezelf zeer doelgericht vind, maar dan wel binnen een horizon van maximaal een half jaar tot een jaar. Iemand stelde mij gisteren de vraag, wat ik als ZZP'er zou doen als ik benaderd zou worden voor een interessante en goedbetalende opdracht, waaraan ik mij dan wel voor vijf jaar zou moeten committeren. Ik werd niet gelijk enthousiast. Een jaar, misschien twee jaar, zeker. Maar vijf jaar? Ik kan tegen die tijd wel dood en begraven zijn. Nee, ik geloof dat ik toch meer een man ben voor een open agenda. Een agenda die ik steeds kan kneden naar mijn interesses en behoeftes op ieder moment in de tijd. Met ook voldoende ruimte voor onverwachte kansen en mogelijkheden die op mijn pad komen.


Sterker, ik beschouw dat als een grote verworvenheid van de laatste jaren: dat ik vanuit een vrije positie -en steeds redenerend vanuit het hier en nu- in hoge mate de dingen doe die ik op dat moment wil doen, waarbij mijn hart steeds vaker leidend is dan mijn hoofd. En dat zonder me bezig te houden met de vraag of en hoe dat past in een grand design of things. Ik wil de term 'carpe diem' niet gebruiken, maar het komt in de buurt. Als ik dat afzet tegen de vertwijfelde, verkrampte en energie-vretende zoektocht naar de stip aan de horizon die mijn studententijd en het decennium daarna tekenden ("Wat wil ik?", "Wat wil ik bereiken?", "Waar ben ik echt goed in?", "Waar wil ik over tien jaar staan?"), dan ben ik een blij man. Op een gegeven moment heb ik simpelweg besloten te stoppen met die zoektocht, te stoppen met mezelf onder druk te zetten, juist ook omdat ik niet echt tot antwoorden kwam. En genoeg had van m'n eigen hete adem in m'n nek. Wat een ruimte en ontspanning heeft me dat opgeleverd.


Maar toch. Dat gezegd.


Klaarblijkelijk beweegt de slinger weer terug naar het midden, want de vraag wat ik wil bereiken -voorbij een horizon van één of twee jaar- laat me niet los. Wat zou ik graag nog realiseren of doen, op welk gebied dan ook? Het aantal jaren dat nog voor me ligt, is zo goed als zeker kleiner dan het aantal jaren achter me. Dus als ik nog een serieuze ambitie of droom wil najagen, dan zou me dat nu nog kunnen lukken. Daar moet ik dan niet nog tien of vijftien jaar mee wachten.


Dus dit is wat ik ga doen. Ik ga de komende maanden met bekenden en minder bekenden gesprekken voeren over hún toekomstdromen. Welke dromen hebben zij? Wat is voor hen de waarde van die dromen? Zijn toekomstdromen een must? Hoe richtinggevend -of vrijblijvend- zijn hun toekomstdromen? En hebben deze met name betrekking op de periode na hun werkende leven?

Ik weet zeker dat dit een hoop mooie en persoonlijke gesprekken gaat opleveren. En ook ben ik er van overtuigd, dat deze gaan bijdragen aan het verscherpen van het zicht op mijn eigen toekomstdromen. En mocht dat niet gebeuren, dan is het ook goed.


De vraag is dus simpel: sta je open voor een gesprek over jouw toekomstdromen en de waarde die deze voor jou hebben?

​© 2014-2020 BuroB Rotterdam

  • Twitter - White Circle
  • LinkedIn - White Circle
  • Vimeo - White Circle